Kruiwagens zijn een veelgebruikt hulpmiddel in het dagelijks leven en bieden ons gemak en efficiëntie. In werkelijkheid bestaan de wielen van een kruiwagen uit twee sets: richtingswielen en zwenkwielen. Hoe moeten deze twee sets verdeeld worden?
Over het algemeen is het verstandiger om een platte transportwagen uit te rusten met richtingswielen aan de voorzijde en zwenkwielen aan de achterzijde. Het zwenkwiel aan de achterzijde bepaalt voornamelijk de richting en vereist minder koppel bij het veranderen van richting. Hierdoor wordt energie bespaard tijdens het draaien. Het richtingswiel aan de voorzijde vereist minder kracht om de richting aan te passen bij het rechtuit rijden. Bij het draaien is de wagen flexibeler. In de meeste gevallen bestaat een transportwagen uit twee richtingswielen aan de voorzijde en twee zwenkwielen aan de achterzijde. Wanneer de wagen moet draaien, duwt het zwenkwiel aan de achterzijde de twee richtingswielen aan de voorzijde mee, waardoor de wagen kan worden gestuurd.
Tenzij er speciale eisen zijn voor het gebruik in de betreffende omgeving. Bij kinderwagens zie je dat de universele wielen zich meestal aan de voorkant bevinden. Dit komt doordat dit type kinderwagen over het algemeen voorwaartse kracht uitoefent en zelden achteruit trekt. Kinderwagens moeten ook een rol spelen bij het sturen, vandaar dat de wielen aan de voorkant gemonteerd zijn. Maar door de stuwkracht is het sturen met de universele wielen aan de voorkant vaak minder soepel. Het voordeel is wel dat de kinderwagen klein en gemakkelijk te besturen is.
Geplaatst op: 27 november 2023

